Ik liep weer laat over straat. Het was koud en de sneeuw dwarrelde omlaag. De oranje straatlampen verlichtten de vroege nacht en verspreidden een warme gloed. Ik had tot laat gewerkt en was op weg naar huis. Ik heb geen hekel aan het laat op pad zijn. Ik hou van verlaten metro’s en stations, lege straten en stilte om me heen. Ik ben op zulke momenten graag alleen.
Echt alleen ben ik echter zelden. Ik voel dat ze er zijn, en ze zijn er ook. De kartonnen bouwsels die ze oprichten getuigen van hun aanwezigheid. Onder bruggen, achter pilaren en in portieken; op de straat zijn ze thuis.
Altijd voel ik een vreemd soort verwantschap met hen, de dak- en thuislozen. Die anderen die niet eens zo anders zijn. Ik zou daar ook kunnen liggen, in mijn slaapzak onder wat dozen. Ik zou proberen te slapen, maar in deze kou lijkt me dat niet fijn. Ik zou waarschijnlijk wel honger hebben.
Tegenwoordig hebben we veel keus. Het lijkt alsof keuzevrijheid als synoniem gezien wordt voor geluk. Hoe meer keuze we hebben, hoe groter de kans is dat we datgene vinden dat het bést bij ons past, hoe groter de kans is dat we gelukkig zijn met onze keuze en met ons leven dat we inrichten aan de hand van onze keuzes. Is dat zo?
Of is het wellicht zo, dat hoe meer keus, hoe langer ik op zoek ben? Hoe meer keus, hoe meer het idee zich aan mij kan opdringen dat er wellicht nóg iets beters te vinden is? Kan het zo zijn dat áls ik eenmaal een keuze heb gemaakt, ik uiteindelijk niet blij ben met mijn keuze in de wetenschap dat er zich later een nóg betere mogelijkheid zou kunnen aandienen? Kan het zo zijn dat door de hoeveelheid aan keuzes, ik nooit écht gelukkig kan zijn?
Met al die keuzes heeft de dakloze niets te maken. Hij moet er voor zorgen dat hij het warm heeft. Hoe hij daarvoor zorgt, doet er niet toe. Hij moet er voor zorgen dat hij geen honger heeft. Hoe hij daarvoor zorgt, doet er niet toe. Hij moet ervoor zorgen dat hij overleeft. Hoe hij daarvoor zorgt, doet er niet toe.
Zouden er dak- en thuislozen zijn die er voor hebben gekozen dak- en thuisloos te zijn? Mensen die er bewust voor hebben gekozen niets meer te maken te willen hebben met het maken van keuzes? Ik kan me dat wel voorstellen. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die niet willen kiezen, die niet kunnen kiezen, en die het kunnen kiezen aan zich voorbij laten gaan.
Op die manier, om dat gevoel, voel ik mij met hen verwand. Om die reden zou ik naast hen kunnen liggen.
Gelukkig verzuip ik nog niet in de keuzes die ik aangeboden krijg, die mij worden opgedrongen. Ik laat ze simpelweg niet toe. De tv laat ik uitstaan, de sensatiekrant lees ik niet, de supermarkt mijd ik. Aan gesprekken over interieur, tv-programma’s en nieuwe electronica neem ik geen deel. Ik wil het eigenlijk niet weten.
Voorlopig wandel ik dus door naar huis en verwarm mijn koude bed. Door aan die anderen te denken, denk ik dat ik het toch wel red.
